De zeven volkeren in Kanaän

Zeven volkeren in Kanaän.

Melk en Honing

Deuteronomium 6
1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
3 Hoor dan, Israël! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.

De Heere zegt tegen Mozes dat de eindbestemming van Israëls woestijnreis een land zal zijn dat overvloeit van melk en honing. De Heere noemt dat land ook wel het sieraad van alle landen. Het is anders dan alle landen en het is een uniek land met ideale omstandigheden qua flora en klimaat. Het is Zijn land en de Heere heeft het allerbeste huis voor Zijn Volk en Vrouw uitgezocht.

Zeven volkeren in Kanaän

Deuteronomium 7
1 Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
2 En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.

16 Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
17 Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
18 Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
19 De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE, uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.

Illegale volken mochten blijven

Er waren zeven vijandige volkeren aanwezig in dat Beloofde Land. Zij waren daar onrechtmatig want het Land is Persoonlijk Eigendom van de Heere. Zij hadden niets in het land te zoeken. Maar mensen behorend bij de illegale volkeren mochten blijven als zij zich onttrokken aan hun volk. Als zij in geloof bij de God van Israël wilde horen, mochten zij blijven. Om het hele Land in bezit te krijgen, moesten de zeven volkeren dus op de knieën of gedood.

Het beloofde land Kanaän

Het Beloofde Land heet Kanaän. Kanaän is het land dat door God aan Israël beloofd is als erfdeel. Maar alleen op grond van gehoorzaamheid oftewel alleen op grond van geloof. Als het Volk Hem ontrouw zou zijn, zou zij dit Beloofde Land niet binnengaan. Zij heeft het aan de Heere en Zijn Belofte te danken dat zij dat Land toch is binnengetrokken. Uiteindelijk leidde Jozua het Volk het Beloofde Land binnen.

Jozua

Jozua 3
5 Jozua zeide ook tot het volk: Heiligt u! want morgen zal de HEERE wonderheden in het midden van ulieden doen.
6 Desgelijks sprak Jozua tot de priesters, zeggende: Neemt de ark des verbonds op, en gaat door voor het aangezicht van dit volk. Zij dan namen de ark des verbonds op, en zij gingen voor het aangezicht des volks.
7 Want de HEERE had tot Jozua gezegd: Dezen dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israël, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben.
8 Gij dan zult den priesteren, die de ark des verbonds dragen, gebieden, zeggende: Wanneer gijlieden komt tot aan het uiterste van het water van de Jordaan, staat stil in de Jordaan.
9 Toen zeide Jozua tot de kinderen Israëls: Nadert herwaarts, en hoort de woorden des HEEREN, uws Gods.
10 Verder zeide Jozua: Hieraan zult gijlieden bekennen, dat de levende God in het midden van u is, en dat Hij ganselijk voor uw aangezicht uitdrijven zal de Kanaänieten, en de Hethieten, en de Hevieten, en de Ferezieten, en de Girgazieten, en de Amorieten en de Jebusieten.
11 Ziet, de ark des verbonds van den Heere der ganse aarde gaat door voor ulieder aangezicht in de Jordaan.

Jozua 5
6 Want de kinderen Israëls wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.

Geestelijke betekenis

Elke letterlijke gebeurtenis in de Bijbel heeft een overdrachtelijke betekenis. Maar iets moet eerst daadwerkelijk gebeuren voordat je er een overdrachtelijke betekenis aan kunt hangen. Zo ook met de zeven illegale volkeren in Kanaän. Deze zeven volkeren zijn een type oftewel een uitbeelding van de vele valse geestelijke leringen die in onze wereld aanwezig zijn.

Mattheüs 15
9 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

Kolossenzen 2
8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

Zeven volkeren

De zeven verschillende volkeren staan voor de gedachten en leringen en wijze van leven van de oude mens. Zeven volkeren als uitbeelding van de geestelijke leringen die in de wereld van de zeven dagen aanwezig zijn. Elk mens maakt deel uit van deze wereld dus zijn deze valse geestelijke leringen sluimerend in elk mens aanwezig. De mens is uit zondige aarde gemaakt dus deze ‘leringen’ zitten in de aard van de natuurlijke mens. Als we de mens vergelijken met een ‘aarden kruik’ dan komen deze leringen vanaf de geboorte in het vat wonen. En bij de ene mens zullen bepaalde valse geestelijke leringen sterker aanwezig zijn dan bij de andere mens maar ze zijn bij elk natuurlijk mens latent aanwezig.

Bijbelse omschrijving natuurlijke mens

Deze zeven volkeren hebben veel weg van de Bijbelse omschrijving van de natuurlijke mens;

Romeinen 3
10 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
12 Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
13 Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
14 Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
16 Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
17 En den weg des vredes hebben zij niet gekend.
18 Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

Zeven demonen in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament vinden we zeven demonen. De zeven volkeren komen ook hiermee enigszins overeen. Je zou dus kunnen zeggen dat de zeven volkeren en de zeven duivelen en de natuurlijke mens elkaar overlappen. Een fraai trio.

Markus 16
9 En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.

Lukas 8
1 En het geschiedde daarna, dat Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, predikende en verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk Gods; en de twaalven waren met Hem;
2 En sommige vrouwen, die van boze geesten en krankheden genezen waren, namelijk Maria, genaamd Magdalena, van welke zeven duivelen uitgegaan waren;

Oude mens

Elk van de zeven volkeren beschrijft een bepaald aspect van het leven en de gezindheid van de oude mens in het algemeen. Zeven volkeren in Kanaän

Lees verder in de PDF Zeven volkeren in Kanaän.pdf

Zeven volkeren in Kanaän

Zeven volkeren in Kanaän

Reageren